Terug naar de toekomst van het drukwerk

26 mei 2016

Schoenveters die zichzelf toestrikken? Een zelfdrogend jasje? Vliegende auto’s en hoverboards? Veel van de onwaarschijnlijke voorspellingen voor het jaar 2015 – die in 1989 in de succesfilm ‘Back to the Future II’ gemaakt werden – bleken fout. Maar één ding hadden de filmmakers wel juist: op het moment dat we klaar staan om 65 jaar Drupa te herdenken (in totaal 225 beursdagen) lezen de mensen nog altijd gedrukte kranten.

Nu de 16e editie van de beurs eraan komt, nodigen we u uit om in die denkbeeldig aangepaste DeLorean te stappen, op de Autobahn richting Düsseldorf het gaspedaal in te duwen tot u 88 mijl per uur rijdt – en terug in de tijd te reizen naar de toekomst van het drukwerk.

Indrukken van op Drupa

“Drupa heeft zich herhaaldelijk moeten bewijzen – maar altijd heeft de beurs indruk gemaakt zonder teleur te stellen,” verklaarde Werner Matthias Dornscheidt, voorzitter en CEO van Messe Düsseldorf, twee jaar geleden. En verwijzend naar de nieuwe slogan van de beurs – ‘Touch the Future’ – voegde hij daar meteen aan toe: “En Drupa 2016 zal niet anders zijn”. Een voorspelling die erg waarschijnlijk bewaarheid zal worden als we op de rijke geschiedenis van de beurs terugkijken. Toch vergde het in 1949 flink wat moed van de initiatiefnemers om met dit volledig nieuwe concept naar buiten te komen: een internationale vakbeurs voor kapitaalsgoederen voor de grafische- en papiersector die in 1951 gehouden zou worden. Pas nadat ze 527 exposanten uit 10 landen hadden kunnen aantrekken en meer dan 300.000 bezoekers verwelkomd hadden, wisten ze dat dit tot een groots evenement kon uitgroeien.

Drupa City

De organisatoren wilden voortbouwen op de traditionele beurs BUGRA (de afkorting van ‘Buchgewerbe und Graphik’) die sinds 1914 in Leipzig gehouden werd. Nadat Duitsland in 1949 opgesplitst was en Leipzig in de DDR kwam te liggen, was het nodig om ook het beurslandschap van Duitsland aan te passen. In mei 1950 kondigden de initiatiefnemers aan dat Düsseldorf de gaststad zou worden voor de eerste ‘Internationale Messe Druck und Papier’ – een naam die al snel tot ‘Druck und Papier’ en vervolgens tot ‘DRUPA’ afgekort werd. Die laatste afkorting werd in 1950 officieel aangenomen – ondanks het feit dat slechts enkele mensen rond de tafel er echt voor gewonnen waren. Alternatieven zoals ‘INDRUPA’ werden echter van de hand gewezen. Een ontwerpwedstrijd leverde de beurs haar iconische logo op, een druktampon. Dat logo zou 50 jaar lang in gebruik blijven en werd pas in 2000 door het ‘pixellogo’ vervangen.

Nieuwe vormen van zetwerk

In 1951 domineerde de boekdruktechniek de sector, nadat in de eeuw daarvoor zowel het zetwerk als het drukken snel geïndustrialiseerd waren. De eerste Drupa toonde echter de weg vooruit. Bezoekers konden vijf verschillende Linotype-modellen en ook vijf Monotype-machines aan het werk zien die zetwerk leverden voor de talrijke persen die constructeurs zoals Koenig & Bauer, M.A.N., Frankenthal Albers & Cie en Heidelberg opgesteld hadden. Die laatste persenbouwer demonstreerde op de beurs niet minder dan 19 persen, waaronder de ‘Automatic Platen’ (een boekdrukpers) en de ‘Cylinder’. Snelheid en automatisering waren toen al de buzzwords in Düsseldorf – en zouden dat 65 jaar lang blijven. De Duitse krant Die Zeit omschreef het nieuwe evenement als “een uitstekende realisatie” – ondanks de “op het eerste gezicht wat verwarrende combinatie van druk en papier onder één dak”.

Drukklare stereotypie

In 1951 hing er verandering in de lucht. Dat jaar werd de offsettechniek, die in de VS al sterk opkwam doordat de oplagen groter werden en de vraag naar kleur toenam, al op verschillende standen aangeprezen. Faber & Schleicher bijvoorbeeld demonstreerde zijn nieuwste offsetpersen in Hall 11: de Roland Parva (één kleur) en de Roland Ultra (twee kleuren). En in Augsburg, de thuishaven van M.A.N., begon die constructeur met de bouw van de ‘Ultra M.A.N.’, zijn eerste vellenoffsetpers.

Andere uitvindingen die ooit de grafische sector zouden veranderen, kregen in die periode – haast gelijktijdig – vorm. In de VS bijvoorbeeld installeerde Xerox zijn eerste copier ‘914’ voor gewoon papier. Siemens nam een patent op de eerste inkjetprinter met ononderbroken inktaanvoer. En in de labo’s van Rudolf Hell (de uitvinder van de Hellschreiber, een soort van fax uit 1925) werden er tests uitgevoerd met de Klischograph – een elektronisch gestuurde graveereenheid die films scande en in ze in één beweging tot drukklare stereotypieplaten (of zogenaamde clichés) omvormde.

Vaart achter de drukvoorbereiding

Slechts drie jaar later, in 1954, kwam de tweede editie van Drupa eraan: 16 dagen lang op een haast dubbel zo grote oppervlakte (35.000 m²). De introductie van de Hell Klischograph 151 was een succes omdat drukkers met die machine de tijdrovende, chemische etsprocedure konden vervangen en de productiviteit van de drukvoorbereiding konden opvoeren. Hetzelfde gold voor het Linotype Quickset System, de eerste door een ponsband gestuurde zetmachine in zijn soort met een productie van ongeveer 18.000 karakters per uur. Om duidelijk te maken waartoe de grafische industrie in staat was, kreeg bondspresident Theodor Huess tijdens een bezoek een gedrukte afdruk van zijn portret in handen, amper dertig minuten nadat de foto genomen was.

Belichten in plaats van gieten

Wanneer onze DeLorean-tijdmachine in 1958 belandt, zien we dat de offset flinke terreinwinst geboekt heeft. Het groeiende succes van de Roland-persen bracht de fabriek van Franken & Schleicher in Offenbach er zelfs toe om haar naam in ‘Roland Offsetmachinenfabrik Franken & Schleicher’ te veranderen. Ondertussen werd bij Heidelberg nog over de offsettechnologie gediscussieerd ‘met een scepticisme op het randje van de afwijzing’.

De fotozet was op zijn beurt aardig op weg om de loodzet te vervangen. Monotype had zijn Monophoto – een omgebouwde, mechanische loodzetmachine die geen letters meer goot, maar wel platen belichtte. Berthold toonde in 1958 een prototype van zijn Diatype, een desktopsysteem om snel koppen te zetten met behulp van karakters op een masterdisc in glas. Hell bracht de Color-graph uit, een vlakbedsysteem dat foto’s kon scannen, omzetten en corrigeren met kleurselecties als eindresultaat.

Linotype zette nog meer vaart achter de ontwikkelingen. Sinds de vorige Drupa had het bedrijf zijn Linofilm onder handen genomen, een fotozetmachine met een elektronische belichtingsbuis. Na praktijktests bij de Daily News in New York in 1956 werd de machine (‘bestaande uit een toetsenbord, een automatische fotozeteenheid en correctie- en montagesystemen’) in Düsseldorf voorgesteld. De productie bedroeg 43.000 karakters op film per uur.

De offsetdruk verdringt de boekdruk

Heidelberg had eindelijk de knoop doorgehakt: op de vierde editie van Drupa, in 1962, presenteerde het bedrijf de KOR – een voor het offsetprocedé omgebouwde boekdrukpers. Daarmee stapte Heidelberg in de offsetmarkt. De beurszalen namen dat jaar 48.000 m² in en stonden vol met nieuwe offsetpersen van uiteenlopende constructeurs, onder wie Wifag. Het Japanse Sakurai kwam voor het eerst naar de beurs en toonde er zijn vlakbed boekdrukpers, terwijl Screen zijn eerste elektronische kleurenscanners te koop aanbood.

Ter gelegenheid van de vijfde editie, in 1967, werd de beurs uitgebreid met twee tijdelijke zalen. Die lagen ongeveer vijf kilometer noordelijker dan het eigenlijke beurscentrum. Maar zelfs met een vloeroppervlakte van 60.000 m² was alle standruimte bezet. Koenig & Bauer dat zijn 150e verjaardag vierde, stelde de nieuwe vellenoffsetpersen in de ‘Rapida’ reeks voor. En de Kombi-Chromagraph CT288 van Hell kon verscheidene scans combineren om beelden en tekst samen op film te zetten.

Nieuwe zalen

Een jaar na de vijfde Drupa besliste Düsseldorf om een volledig nieuw beurscentrum te bouwen – op de plek waar in 1967 de tijdelijke zalen stonden – zodat de belangrijke vakbeurzen die in de stad georganiseerd werden, konden blijven groeien. In 1972 kon Drupa ongeveer 100.000 m² standruimte aanbieden, die allemaal ingenomen werden. Tegelijk kreeg de grafische industrie een belangrijke ommekeer te verwerken. In 1970 werd in de VS de productie van de Linotype loodzetmachines stopgezet. Heidelberg van zijn kant introduceerde zijn GTO (‘Grosser Tiegel Offset’) pers, terwijl de Roland 800 de eerste offsetpers met een geïntegreerd inktsysteem werd.

In 1977 telde de Drupa voor het eerst meer dan 1.000 exposanten. De drukvoorbereiding is dan volledig de elektronische toer opgegaan – o.a. met de door een minicomputer gestuurde Magnascanner van Crosfield. Heidelberg bracht zijn eerste Speedmasters op de markt. De UV-inkten deden hun intrede en de eerste waterloze offsetplaten werden op de beurs voorgesteld. Een andere opmerkelijke introductie was de Compugraphic EditWriter 7500: een fotozetter die een toetsenbord en een foto-eenheid in één uitrusting combineerde en een opdracht kon zetten, terwijl de operator via het toetsenbord de tekst voor een andere opdracht invoerde. Ondertussen richtte in Israël een zekere Benny Landa het bedrijf Indigo op met de bedoeling om de printtechnologie met vloeibare toners te perfectioneren. Op de editie van 1982 – een beurs waarbij de helft van de exposanten van buiten Duitsland kwam – dienden er zich nog andere ontwikkelingen op het vlak van de fotozet aan. Scangraphic bijvoorbeeld lanceerde de Scantext 1000.

De digitale beurs

“Drupa, drupa, international printing and paper fair, we welcome you to Düsseldorf, Germany, to see what’s new in the graphics industry”. Deze eerste Drupa-hymne markeerde de editie van 1986, hoewel het lied al in 1980 te horen was tijdens Print’80 in Chicago om promotie te voeren voor de editie van 1982.

De veranderingen in de sector daarentegen waren wel nieuw en gingen almaar verder: Apple had (in 1984) zijn eerste desktop computer uitgebracht en Adobe was begonnen met de ontwikkeling van PostScript. Linotype vierde zijn 100e verjaardag.

Drupa 1990 – de tiende editie en 40e verjaardag van de beurs – werd de ‘digitale beurs’. In de zalen stond een 25-tal offsetrotatiepersen te draaien. En met een beursoppervlakte van meer dan 126.000 m² was er ook plaats voor de ElectroPress van AM die met vloeibare toners werkte. Omdat ondertussen het ijzeren gordijn gevallen was, was er op de beurs ook ruimte voor gesprekken tussen KBA en Planeta en tussen M.A.N. en Vomag. De offsettechnologie bleef de druk opvoeren met het eerste automatische systeem voor platenwissels, een techniek die Komori ontwikkeld had en op dat moment “als een overbodige luxe” beschouwd werd.

We laten onze door een ‘Mr. Fusion Home Energy Reactor’ aangedreven DeLorean vijf jaar verder reizen en stellen vast dat op drupa 1995 alles rond de productiviteit draaide. CtP-systemen (van computer tot plaat), DI-persen en digitale kleurendruk eisten een plaats in de schijnwerpers op. En terwijl Indigo met zijn digitale offsetkleurenpers E-Print 1000 uitpakte, demonstreerde Xeikon zijn DCP-1 pers die met droge toners werkte.

Apple was naar Düsseldorf gekomen om een drukvoorbereidingsoplossing op het Power Mac-platform te demonstreren. Heidelberg schoof zijn Quick-master-DI naar voren. MAN Roland stelde het prototype van de DICO-pers voor. En persenbouwer KBA demonstreerde de inkjettechnologie op een ‘hybride’ offsetrotatiepers waarmee op de voorpagina van elke krant telkens weer een andere cartoon geprint werd.

Van Gutenberg tot het internet

De editie van 2000 stond in het teken van de 600e geboortedag van Gutenberg en van 50 jaar Drupa. De digitale kleurendruk vormde voor het eerst een echte bedreiging voor de offset: Xerox bijvoorbeeld palmde een hele zaal in om zijn DocuColor te tonen (en om een voorsmaakje van zijn ‘FutureColor’ te geven); Heidelberg en Kodak introduceerden samen de NexPress; en Karat lanceerde zijn Karat74 DI-pers. Maar niet alleen het drukken zelf werd digitaal – de volledige werkstroom, van de drukvoorbereiding tot de afwerking, werd via de industrienorm CIP3 gestroomlijnd. In Hall 6 gaf het PrintCity-consortium daar praktijkvoorbeelden van. Zelfs Apple nam daaraan deel, nadat het besloten had om niet naar CeBIT te gaan, maar wel naar Drupa om professionele gebruikers terug te winnen, met o.a. een preview van OS-X. En dan was er nog dat fenomeen waar iedereen de mond van vol had, het ‘internet’.

Op drupa 2004 werd het JDF (Job Definition Format) het symbool van de geïntegreerde digitale werkstroom in de grafische productie. Terwijl de sector de 150e geboortedag van Ottmar Mergenthaler herdacht, de uitvinder van de Linotype, zette de industrie de digitalisering voort. In 2008 telde de exposantenlijst opnieuw een groter aantal constructeurs van digitale printers: Océ, Canon, Agfa, Ricoh en Konica Minolta demonstreerden hun tonertechnologie, terwijl Kodak, Screen en HP de inkjet als de volgende grote ontwikkeling aankondigden. En op het einde van de beurs kwam er nog nieuws uit San Francisco: Apple lanceerde zijn iPhone 3G.

‘Touch the Future’

In 2012 tilde Benny Landa de inkjet een trapje hoger door voor Drupa 2016 de nanoprint te beloven. Klassieke persenbouwers zoals KBA en Heidelberg werkten aan hun eigen inkjettoestellen, net als haast elke producent van digitale printers.

En terwijl we nu naar het tijdperk van ‘Industrie 4.0’ snellen, worden snelheid en automatisering op Drupa 2016 opnieuw de buzzwords in Düsseldorf, samen met efficiëntie, doeltreffendheid, interactiviteit en meerkanaalssystemen. En net nu we de nieuwe Drupa-hymne neuriën, lopen er toch wel geruchten dat er later dit jaar in een theater in het Londense West End een vervolg op Back to the Future geprogrammeerd staat.

Ed Boogaard