GWG werkt aan PDF-standaard voor grootformaat

28 september 2017

Dankzij digitalisering is het steeds eenvoudiger om met aangeleverde bestanden te werken. Toch vinden veel bedrijven nog te vaak opnieuw het wiel uit. Een duidelijke standaard moet misverstanden over PDF-specificaties uit de weg ruimen.

  • David van Driessche

  • De PDF-standaard voor grootformaat zal steunen op twee variabelen. Een ervan is de kijkafstand, oftewel de gemiddelde afstand waarop het publiek het product te zien krijgt. Bij een banner kan dat een paar meter zijn, bij een billboard tientallen meters.

  • Adobe PDF Print Engine was ruim tien jaar geleden een keerpunt in de ontwikkeling van de RIP. De techniek maakt het mogelijk om PDF’s direct om te zetten naar geripte bestanden, zonder dat deze eerst naar PostScript moeten worden geconverteerd.

  • Om de professionalisering in de digitale markt vooruit te helpen werkt de Ghent Workgroup (GWG) aan een standaard die ervoor moet zorgen dat grootformaatdrukkers dezelfde uitgangspunten hanteren.

De komst van digitale large format printers maakt het mogelijk om de workflow verregaand te stroomlijnen. Door klanten kant-en-klare PDF’s te laten aanleveren wordt een flink stuk uit de keten overgeslagen. Maar het aangeleverde bestand is ook vaak de bottleneck in het proces. Zaken als te lage resolutie, verkeerde lettergrootte en problemen met al dan niet meegeleverde fonts verstoren de communicatie met de klant. Bedrijven die zelf specificaties opstellen die ze via de website doorgeven vinden vaak opnieuw het wiel uit. Ook voor de (automatische) controle van de PDF’s zijn er nog geen branche-brede afspraken gemaakt.

Om de professionalisering in de digitale markt vooruit te helpen werkt de Ghent Workgroup (GWG) aan een standaard die ervoor moet zorgen dat grootformaatdrukkers dezelfde uitgangspunten hanteren. In juni, tijdens het evenement Get Smart in Printmedia Business, georganiseerd door M&C Publishing en Grafisch Nieuws, kwam het onderwerp al aan de orde. David van Driessche, executive director bij GWG vertelde daar over de ontwikkeling van de nieuwe standaard en de specifieke uitdagingen die daarbij komen kijken.

Van Driessche was in 2002 betrokken bij de oprichting van wat destijds nog de Ghent PDF Workgroup heette en is sindsdien altijd actief gebleven voor de organisatie. Daarnaast is Van Driessche Chief Technology Officer bij software-leverancier Four Pees, één van de leden van GWG. Als organisatie heeft GWG ruime ervaring met het ontwikkelen van PDF-standaards. De doelstellingen van GWG zijn tegenwoordig breder geformuleerd, maar de oorspronkelijke opzet was het stroomlijnen en standaardiseren van PDF-creatie en -preflighting voor de grafische industrie. Daar kwamen specificaties voor onder meer de verpakkings- en krantenindustrie, fotografie en de aanlevering van advertentiemateriaal bij.

Snelle ontwikkelingen

Na alle inspanningen in de meer traditionele markten is het tijd voor standaardisering op het digitale vlak. Er lopen bij GWG twee trajecten, één voor digitaal printen in kleinformaat en één voor grootformaat. Van Driessche: “In commercial print zijn we al heel lang bezig met automatisatie en kwaliteitsverbetering. In de wereld van het grootformaat wachtte men hier langer mee. De marges waren groter en dus was er minder commerciële druk. De laatste tijd verandert dat behoorlijk. Innovatie is een belangrijk onderwerp geworden. De investeringen in de grootformaat-markt zijn kleiner dan in de traditionele grafische industrie en daarom innoveert men snel. De bereidheid om te veranderen is ook groot. De kwaliteit van de RIPs en software in deze markt is verbeterd. Ze zijn meestal gebaseerd op de Adobe PDF Print Engine.”

Adobe PDF Print Engine was ruim tien jaar geleden een keerpunt in de ontwikkeling van de RIP. De techniek maakt het mogelijk om PDF’s direct om te zetten naar geripte bestanden, zonder dat deze eerst naar PostScript moeten worden geconverteerd. Daarmee werd de deur naar efficiëntere verwerking van transparantie en RGB open gezet en kon het werk aan de PDF/X-4 en andere standaarden beginnen.

Zowel de markt als de hard- en software zijn dus klaar voor een duidelijke standaard in grootformaat. Een naam voor de nieuwe standaard die een breed scala aan oplossingen moet bieden is er nog niet. Van Driessche: “Het is een wat negatieve definitie, maar de specificatie is bedoeld voor alles wat niet commercieel drukwerk is. Als je op internet zoekt naar aanlever-criteria voor grootformaat-producten, dan zie je grote verschillen bij de diverse leveranciers. Uiteraard zijn er verschillen in afmetingen van het product, maar ook technische specificaties als resolutie en aan te leveren bestandsformaat lopen sterk uiteen. Dat is voor de markt niet goed. Het is beter als duidelijk is waar een PDF aan moet voldoen, bijvoorbeeld wanneer deze voor een banner is bedoeld.”

Van Driessche noemt als succesvol voorbeeld uit het verleden de standaardisering voor het aanleveren van advertenties, die een eind maakte aan allerlei misverstanden. Van Driessche: “Vrijwel iedereen houdt zich daar aan en dat maakt het leven eenvoudiger voor de uitgeverijen, de creatieven en de drukker. Iets dergelijks willen we ook voor de grootformaatmarkt ontwikkelen.”

Varianten en variabelen

De diversiteit in producten in digitaal grootformaat is groot. Dat stelt de ontwikkelaars van de standaard voor flinke uitdagingen, vertelt van Driessche. “In de traditionele drukkerij losten we het op door verschillende versies of ‘smaken’ van dezelfde standaard te ontwikkelen. Er is een specifieke set richtlijnen voor vellenpersen, rotatiepersen, voor advertenties etcetera. Zo kom je op 9 verschillende versies. Dat is prima te begrijpen en te onderhouden. Binnen grootformaat is het een veel grotere uitdaging om zoiets beheersbaar te houden. We besloten al vroeg dat we niet voor elk type proces een andere versie van dezelfde specificatie konden ontwikkelen. Alleen al bij de productie van banners zijn er zoveel varianten dat het voor dat type product ondoenlijk is.”

GWG vond de oplossing voor het probleem via een geheel nieuw uitgangspunt. Er wordt niet gewerkt met versies, maar met variabelen in de standaard. De PDF moet namelijk aan een aantal voorwaarden voldoen die afhankelijk zijn van 2 variabelen die zijn opgenomen in de standaard. De eerste variabele is de kijkafstand, oftewel de gemiddelde afstand waarop het publiek het product te zien krijgt. Bij een banner kan dat een paar meter zijn, bij een billboard tientallen meters. De tweede variabele, de aanlever-verhouding, geeft aan wat de verhouding is tussen het aangeleverde formaat en het werkelijke formaat van het eindproduct. In de grootformaat-wereld is het immers gebruikelijk dat een PDF niet op ware grote wordt aangeleverd – meestal als gevolg van de beperkingen in de software in het creatieproces. Van Driessche: “Misschien is de PDF de helft van de ware grote of slechts eentiende. Die moet dan worden vergroot naar het werkelijke formaat.”

Wanneer de gebruiker de twee variabelen heeft ingevoerd, volgen op basis daarvan de specificaties voor de PDF, zoals de resolutie van beelden, lettergrootte en dergelijke. “De limieten worden via een formule uitgerekend op basis van de variabelen. Het lijkt ingewikkeld, maar het valt mee. De grote ontwikkelaars van preflight-software gebruiken al variabelen in hun profielen. Dat concept kun je daarom eenvoudig implementeren bij de controle van de PDF.”

De mogelijkheid om voor verschillende toepassingen aparte profielen te ontwikkelen blijft overigens bestaan. Op die manier kan de grootformaat-specialist het voor zijn klanten makkelijker maken door bijvoorbeeld een profiel voor een specifieke banner-maat te gebruiken.

Wanneer de standaard eenmaal is gepubliceerd verwacht Van Driessche een snelle acceptatie. “De standaard lijkt op wat de mensen in de praktijk al doen. Als je kijkt naar de aanleverspecificaties zoals die op dit moment worden gehanteerd bij de grootformaat-specialisten dan is er een mooi verband tussen kijkafstand en aanbevolen resolutie. Iedereen gebruikt nu weliswaar andere getallen, maar als je ze inventariseert valt de variatie mee. Dat willen we met GWG standaardiseren. Vanuit de markt verwachten we weinig weerstand. We formaliseren wat al gebruikt wordt en daarom is de standaard straks eenvoudig te implementeren."

Voor bedrijven die hun dienstverlening uitbreiden met grootformaat biedt de standaard duidelijkheid, waardoor ze sneller op een efficiënte manier aan de slag kunnen. “Voor die mensen is het nu nog lastig om te bepalen wat ze aan hun klanten gaan vragen. Als gevolg daarvan komt iedereen met zijn eigen versie van de waarheid. Dat lijkt op de situatie die we vijftien jaar geleden bij commercieel drukwerk hadden. Ook toen ontwikkelden we een standaard waarin iedereen zich kon vinden.”

Kleurbeheer

De standaard lost niet alle problemen in het afdrukproces op. Het is bijvoorbeeld niet bedoeld als leidraad voor kleurbeheer. Voor de talloze variaties die ontstaan door het werken met verschillende substraten en inkten zijn andere richtlijnen nodig. Van Driessche: “Je kunt in CMYK aanleveren, maar dit is per definitie een markt waar het zin heeft om in RGB aan te leveren. Hoe je dat bestand vertaalt naar een bepaalde machine, op een bepaald medium, dat blijft het specialisme van de grootformaat-drukker. Bij GWG houden we ons bezig met het invoerformaat.”

Het kleurbeheerprobleem is bovendien minder groot in de large format-wereld, vindt van Driessche. “Moderne machines zijn steeds eenvoudiger te bedienen en de RIP- en workflow-software maken het leven steeds makkelijker. Grootformaatbedrijven hebben vooral een uitdaging als het gaat om workflow van het volledige traject. De kwaliteit en diversiteit van wat er binnenkomt, daar zitten de grootste problemen. Over de rest van het traject maak ik me minder zorgen, omdat de bedrijven daar nou eenmaal goed in zijn.”

Feedback

De leden van GWG zijn grote en minder grote leveranciers van hard- en software in de grafische en large format-industrie. Door het directe contact met klanten en ontwikkelaars is het eenvoudig om de wensen van de markt in kaart te brengen. Van Driessche: “Door zelf intern testen uit te voeren dragen de leden veel bij aan de standaard. Dat doen ze ook door hun eigen klanten om feedback te vragen. Ze proberen zoveel mogelijk informatie vanuit de markt door te geven aan de GWG. Zelf doe ik dat ook. Via Four Pees heb ik contact met bijvoorbeeld Callas Software. We hebben specifiek voor grootformaat al veel reacties gehad. Dat heeft ook behoorlijk wat invloed op het eindresultaat.”

Feedback van gebruikers is een goed middel tegen overbodige inspanningen. Van Driessche: “De basis voor de standaard komt van de specificaties voor commercieel drukwerk. Zaken als inktdekking, rich black en overprint zijn typisch problemen die daarmee worden ondervangen. Wij wilden graag weten of dat ook zinvol is voor de grootformaat-markt. De feedback uit de markt leerde ons dat inkt-dekking weliswaar belangrijk is, maar dat het probleem in grootformaat al is ondervangen. Elke machine heeft een andere inktlimiet. Door de profilering van de machine wordt dat opgelost. Dat betekent dat het voor de aanleverspecificaties geen belangrijk onderwerp is. Zo zijn er meer problemen in commercieel drukwerk waar we ons in grootformaat weinig zorgen over hoeven te maken.”

De standaard is ook van belang voor de ontwikkelaars van proofing-software. Het simuleren van een omgeving waarin het grootformaat-product is te zien kan ook op de standaard worden gebaseerd. “De makers van visuele en 3d-proofing-software hebben ook voordeel van de standaard. Chili Publish is bijvoorbeeld lid geworden van GWG. Daaraan zie je het belang voor verschillende partijen, niet alleen de grootformaat drukker.”

Het ontwikkelen van een standaard voor digitaal kleinformaat blijkt in de praktijk niet zo’n grote uitdaging. GWG hanteerde de standaard voor commercieel drukwerk en haalde de zaken die niet relevant zijn eruit. De officiële publicatie daarvan kunnen we volgens van Driessche nog dit jaar verwachten. “Voor het digitale grootformaat ligt het een stuk minder eenvoudig. Daar zijn we nog altijd bezig met testen en het verwerken van feedback uit de markt. De kans dat de standaard nog dit jaar wordt afgerond is klein. We vinden het ook belangrijk dat we met een goede specificatie komen. Ik hoop dat we de standaard in 2018 kunnen presenteren.”

Over standaarden die nog in ontwikkeling zijn is op het openbare deel van de website van GWG weinig informatie te vinden. Van Driessche moedigt belangstellenden aan om contact op te nemen. “Het is niet nodig om daarvoor naar een van onze meetings te komen – als iemand feedback heeft, zijn we zeker geïnteresseerd. Hoe meer mensen we kunnen bereiken, hoe beter het voor ons is – en voor de branche.”

Meer flexibiliteit dankzij PDF/X-4

Voor de diverse typen grafische bedrijven ontwikkelde GWG door de jaren heen allerlei standaarden, waarbij de brede acceptatie van bijvoorbeeld PDF/X-1a veel problemen wegnam uit het traject van aanleveren en controleren van PDF’s. Onlangs publiceerde GWG de opvolger PDF/X-4, die beter rekening houdt met zaken als RGB en transparantie. Daarmee wordt extra flexibiliteit ingebouwd in de workflow. Van Driessche: “De overgang van PDF/X-1a naar PDF/X-4 is niet eenvoudig. Technisch zit het goed in elkaar, maar je hebt de juiste tools nodig om RGB naar CMYK om te zetten en de RIP en andere software in de workflow moet met transparantie overweg kunnen.”

Een bijkomend probleem is dat de mensen aan het werken met de oude standaard gewend zijn geraakt, aldus van Driessche. Medewerkers moeten nu bedenken dat transparantie niet meer afgevlakt hoeft te worden. De omzetting van RGB naar CMYK verlegt de verantwoordelijkheid voor een deel van de klant naar de drukker.

Op dit moment wordt de standaard voornamelijk gebruikt in Zwitserland. Volgens van Driessche is het enthousiasme over PDF/X-4 in dat land een direct gevolg van de inspanningen van de Zwitserse organisatie PDFX-ready van grafisch topconsultant Stephan Jaeggi. Nu de economie aantrekt verwacht van Driessche dat men ook elders actief met de standaard aan de slag gaat.

Alex Kunst